Social media zijn niet meer weg te denken uit onze samenleving. Social media maken de wereld steeds kleiner en sneller. Tot voor kort werden bepaalde gebeurtenissen überhaupt niet bekend. In onze cybersamenleving is dat vrijwel uitgesloten. Gegevens en informatie worden gedeeld op het moment dat ze ontstaan. Weinig organisaties beseffen wat dat betekent voor hun structuur en werkwijzen. Als ik in 1987 in het bedrijf waar ik werkte iemand buiten het bedrijf wilde bellen dan vroeg ik de telefoniste om een buitenlijn. Nu verzendt iedere medewerker realtime beelden vanuit zijn organisatie naar wie ook, de concurrent inbegrepen. Niemand merkt het. De communicatie-afdeling wordt voorbij getweet.

Verward vragen leidinggevers zich af waar dit eindigt. Voordat je het merkt is een bericht over jouw organisatie viral en stellen journalisten je vragen over iets waarvan je het bestaan niet kent. Nota bene in je eigen organisatie. De ‘software’ van de organisatie beweegt met de lichtsnelheid terwijl de ‘hardware’ het telraam nauwelijks heeft losgelaten. Klassieke management- en organisatiestructuren met al hun varianten passen niet meer bij de lading waaruit zij zijn ontstaan. Dat geldt ook voor de rollen van medewerkers in de organisatie. Discussies over hiërarchische of platte organisaties doen komisch aan in een tijd dat netwerken even snel ontstaan als ze weer oplossen. Dynamiek en macht verplaatsen zich met grote regelmaat binnen en buiten de organisatiegrenzen.

Van verantwoordelijke functionarissen wordt geëist dat zij naast de inhoud vooral ook weten hoe visie, ideeën en besluiten worden vormgegeven en gecommuniceerd. De verpakking is even belangrijk als de inhoud. Teveel nadruk op één van beiden leidt tot problemen: weg marktaandeel, vaste klanten vertrekken, het publiek zoekt zijn eigen weg.

De juiste signalen op tijd oppakken en vertalen naar nieuwe initiatieven en die weer communiceren, daar gaat het om. Dat vraagt een voortdurend schakelen tussen persoonlijke kwaliteit, inzicht in ontwikkelingen binnen relevante netwerken en het belang van de eigen organisatie. De moderne leider hoeft niet eens van álle markten thuis te zijn. Hij moet de weg weten in verschillende netwerken: in zijn eigen interne organisatie en in relevante ‘clouds’ in de omgeving.  Beide dimensies hebben subnetwerken, met actieve groepen en belangenclubs.  En alsof het nog niet genoeg is: het geheel is vluchtig: wat vandaag bekend is, is volgende week weer veranderd.

Veel managers en leidinggevers zijn voortdurend op zoek naar mechanismen om dit geheel te sturen. Volledige grip is een utopie. Op tijd weten wat er gaande is en wat aanstaande is, dat is de uitdaging. Social media zijn daarbij van grote waarde.  Zij bieden leidinggevers kijk op hoe bepaalde situaties ontwikkelen. Tegelijkertijd bieden ze de mogelijkheid – mits goed gebruikt – om processen te beïnvloeden.

Daarom heb ik een genuanceerd gevoel bij het rapport van de Commissie Cohen. Het gaat nog steeds uit van de bestaande structuren en mechanismen die de overheid gebruikt. Het gaat voorbij aan het feit dat structuren en mechanismen per definitie achterlopen op de werkelijkheid en vaak onvoldoende op elkaar zijn ingespeeld. Bovendien biedt het functionarissen de mogelijkheid zich te verschuilen achter de vaak functionele verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

De overheid zou zich zó moeten organiseren dat zij in staat is om snel en effectief te schakelen. Dat vraagt naast flexibele structuren vooral om bestuurders én ambtenaren die daartoe bereid en in staat zijn. Die mensen zijn er mijns inziens voldoende. Maar die zullen minder op de voorgrond treden wanneer zij het risico lopen als schuldige te worden aangewezen voor uit de hand gelopen situaties zoals Haren. Omgekeerd zal het publiek, hoe moeilijk ook, begrip moeten hebben dat het snel inschatten van een situatie soms nadelig kan uitpakken.  Ook dan is het niet verstandig om die mensen uitgebreid na te wijzen. Dat vind ik de fout die Cohen maakt. Altijd maar weer die schuldige zoeken en aanwijzen. En wat levert dat op?

Maatschappelijk zijn wij allemaal verantwoordelijk. Overheid en burgerij moeten samen ontdekken wat de nieuwe tijd van hen vraagt. Je zou dat Social government kunnen noemen. De overheid is er voor de burger en niet omgekeerd. Door telkens nieuwe controles en sancties op te voeren vervreemdt de overheid van haar burgers en ontstaat een samenleving waarin bepaalde groepen hun eigen recht gaan zoeken. De goedwillende burger is de dupe. Zijn vrijheid wordt beperkt en raddraaiers gaan ongestoord verder.

Haren was meer dan een signaal. Het was het bewijs dat onze overheid de boot mist als het gaat om begrijpen wat er in onze maatschappij omgaat. Ik stel bewust ónze overheid, omdat het té goedkoop is om vanuit de Randstad, zoals Cohen doet, alleen lokale bestuurders harde verwijten te maken. Al die ervaren bestuurders in de Randstad hebben ‘Haren’ zien en laten gebeuren. Ze hadden bijna vijf dagen de tijd en deden niets. De burgemeester van Haren is vertrokken. De Commissie is terug naar de Randstad, niet meer bereikbaar voor commentaar. Project X is gesloten.

Herman Timmermans

IT en organisatieadviseur