Raden van Commissarissen en Raden van Toezicht staan de laatste jaren uitgebreid in de belangstelling. Een van de oorzaken is het optreden van de betrokken bestuurders en toezichthouders zelf.  Veelvuldig zijn we vergast op voorvallen waaruit duidelijk werd hoe mis het is met bestuur en toezicht bij sommige organisaties in de publieke en private sector. De welhaast decadente besteding van gemeenschapsmiddelen, het grenzeloze opportunisme, ontbrekende kennis, gebrekkige informatie en old boys netwerken hebben nogal wat commissarissen en  toezichthouders in een weinig benijdenswaardige situatie gebracht. Onder hen verschillende bekende Nederlanders van naam en faam.

Het woord commissaris of toezichthouder is in sommige kringen synoniem met incompetentie.  Voor een aantal raden van toezicht en commissarissen zou je kunnen stellen dat ze de weg kwijt zijn. Daarmee worden ook die bestuurders en toezichthouders getroffen die juist uitmunten door hun kennis en inzicht, durf en betrokkenheid. Zoals vaker wordt echter het beeld sterk gekleurd door de (negatieve) uitwassen. Uit diverse enquête commissies en speciale onderzoeken is duidelijk geworden dat het roer om moet. Dat klinkt daadkrachtig, maar de werkelijkheid is weerbarstig.

Er is een toenemende roep om maatregelen. Het certificeren van de mensen die de commissaris- of toezichthouder functies bekleden is er een van. Een andere maatregel is het invoeren van een zogenaamde zelfevaluatie of zelfreflectie. Dat klinkt leuk, maar hoe wil je je zelf beoordelen als je geen referentie hebt? Natuurlijk zijn er slimme adviseurs die daarvoor wel een oplossing hebben. Ik vraag me echter in alle objectiviteit af of we daarop zitten te wachten. Bovendien waarom zou je je zelf gaan evalueren als RvC of RvT, als je zelf vindt dat je het goed doet?

Het aantal incidenten is inmiddels zo omvangrijk dat ‘niets doen’ geen optie meer is. Tijdens een bijeenkomst van het Nederlands Kennis Centrum voor Commissarissen en Toezichthouders eind maart in Madurodam maakte Ellen Kiersch, hoofd sector Privaatrecht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie , duidelijk dat het wat de centrale overheid betreft wel welletjes is geweest. Op dat niveau wordt hard gewerkt aan nieuwe regels, die de uitwassen van de laatste jaren moeten voorkomen.

En de toezichthouders zelf? Terwijl steeds meer share- en stakeholders zich gaan bemoeien met het toezicht proberen de zittende toezichthouders en commissarissen zich te organiseren. Dat is ook hard nodig want het Kabinet gaat besluiten nemen terwijl de feitelijke actoren er niet bij betrokken zijn. Dat is vreemd, maar de tijd dringt. Je zult maar minister zijn en geconfronteerd worden met de effecten van falend bestuur én toezicht bij zorginstellingen, onderwijs-organisaties en woningbouwcorporaties en er geen grip op kunnen krijgen. Dan maar zonder die toezichthouders zullen ze denken in Den Haag.

Ik volg deze ontwikkeling met grote belangstelling. Twee jaar geleden heb ik de opleiding gevolgd voor Toezichthouders van Maatschappelijke Ondernemingen bij TIAS (Tilburg University). Met alles wat ik hoorde en las over het falend toezicht leek het mij een uitdaging om aan publieke en private organisaties die daar behoefte aan hadden te helpen. Na te zijn opgeleid ben ik aan de slag gegaan met reageren op vacatures voor toezichthouder en commissarissen. Vanuit mijn  eigen kennis en ervaring heb ik mij beperkt tot  een 3 sectoren: industrie, zorg en onderwijs.

Inmiddels ben ik ruim  een jaar en een kleine 30 sollicitaties verder. Nog steeds lees ik de uitwassen in sommige organisaties en Raden van Toezicht. Zelf heb ik inmiddels ervaren hoe moeilijk het is om in dit gesloten systeem als buitenstaander een positie te verwerven. Slechts 2 keer ben ik erin geslaagd om door te dringen tot de laatste selectieronde. In die twee gevallen viel ik alsnog af: één keer door loting (!) en één keer vanwege de toepassing van positieve discriminatie. Mijn motivatie is er niet minder op geworden, maar ik heb inmiddels wel een beeld van wat old-boys-network en risico mijden in de praktijk betekent.

Ik moest aan deze ervaringen denken toen ik onlangs het rapport van de Nederlandse Bank Leading by Example onder ogen kreeg. Hoewel ik niet geloof dat één bepaalde leiderschapsstijl zaligmakend is geeft dit rapport wel aardig inzicht in wat er zich in sommige bestuurskamers afspeelt. Het rapport is door de DNB opgemaakt  over het gedrag in de bestuurskamer van financiële instellingen. Het is een boeiend en lezenswaardig stuk. Niet alleen voor financiële instellingen maar ook voor veel andere niet-financiële organisaties en instellingen. In heldere bewoordingen wordt duidelijk gemaakt waar het bij het bestuur en het toezicht in veel organisaties aan schort: overaandacht voor het financiële en het economische, de dominantie van de voorzitter en vrijwel geen of te weinig aandacht voor gedrag en cultuur.

Inspirerend is het overzicht aan het eind van het  rapport waarin voorbeelden worden gegeven om verkeerd gedrag te veranderen. Ik twijfel of dat zonder nieuw bloed in bestuur en toezicht gaat werken, maar het overzicht is er niet minder waardevol om. En nu maar hopen dat het toch nog goed komt.

Herman Timmermans / 130510 / Meer lezen? Klik hier.